Een pastoor en een non zijn een partijtje tennis aan het spelen. De pastoor speelt een uitstekende wedstrijd. De non slaat nogal wat ballen mis. Elke keer als dat gebeurt, roept zij: 'Verdomme, mis.'
Op een gegeven moment is de pastoor het zat en hij verzoekt de non vriendelijk op te houden met vloeken.
De non belooft het en voegt eraan toe: 'Moge God mij straffen en mij met Zijn bliksem veranderen in een hoopje as als ik nog een keer vloek.'
Ze hervatten het spel, maar op een gegeven moment verliest de non weer haar geduld: 'Verdomme, mis.'
Op dat moment schiet er een bliksemschicht uit de hemel De pastoor wordt geraakt en verandert in een hoopje as. Klinkt er plotseling een donderende stem uit de hemel: 'Verdomme, mis.'